16 juni 2012 opent de tentoonstelling De Ploeg. Sterke stoffen 1923-2012. Stagiaire Veerle Pennings is samen met collega’s van het museum bezig met de voorbereidingen. Zij heeft dit blogbericht geschreven over het door Gerrit Rietveld ontworpen fabrieksgebouw en de door Mien Ruys ontworpen tuin.

 

Eén van de doelstellingen van directeur Piet Blijenburg van Weverij De Ploeg in Bergeijk was om een harmonie te creëren tussen industrie en natuur. Deze harmonie zou volgens Blijenburg leiden tot een gunstig arbeids- en productieklimaat. Om invulling aan deze doelstelling te geven stelde hij architect en meubelontwerper Gerrit Rietveld (1888-1964) aan om een nieuw fabrieksgebouw te ontwerpen. Tuinarchitecte Mien Ruys (1904-1999) kreeg de opdracht het park rondom de fabriek te ontwerpen.

In 1958 werd het nieuwe fabrieksgebouw geopend. Bijzonder aan het gebouw waren de gewelfde sheddaken afgewisseld met gigantische ramen. Het licht dat via deze ramen binnenstroomde garandeerde altijd eenzelfde kleurwaarde; zowel in de ateliers, op de machines als in de verfbaden. Aan de oostkant van het gebouw waren het garenmagazijn, het ketelhuis en de ververij te vinden. De stopperij, testruimte en het laboratorium waren aan de noordkant van de fabriek gevestigd. Door voor een lage entree te kiezen, liet Rietveld een socialistische gedachte zien. Werknemers of bezoekers zouden zich bij binnenkomst in de fabriek gelijkwaardig moeten voelen aan het gebouw en aan elkaar.

 

Het tuinontwerp van Ruys was een welkome aanvulling op het fabrieksontwerp van Rietveld. Beiden streefden in hun ontwerpen naar licht, lucht en ruimte. De tuin, die een oppervlakte van 120.000 vierkante meter besloeg, was voor een deel gevuld met loof- en dennenbomen. Op het grasveld voor de fabriek stonden glazen bakken met garenkaartjes erin. De garens werden blootgesteld aan het zonlicht en werden zo getest op kleurechtheid.

Architect Gerard Poolman werd gevraagd om een paviljoen in de tuin te ontwerpen waar de monsterweverij en de ontwerpafdaling zou gaan huishouden. Een bijzonder gegeven, aangezien De Ploeg hiermee het eerste bedrijf ter wereld was dat een eigen afdeling voor de algemene vormgeving had. Het paviljoen werd door medewerkers het ‘glazen paleis’ genoemd.

 

Momenteel vindt in het fabrieksgebouw de tentoonstelling Stof tot zitten plaats, waarbij nieuwe Ploegstoffen getoond worden op meubels van bekende Nederlandse meubelmerken als Artifort, Gelderland en Spectrum. Door middel van handweefstalen, kleurconcepten en schetsen wordt inzicht gegeven in de werkwijze van hedendaagse textielontwerpers. De tentoonstelling is nog tot en met oktober te bezoeken.

 

www.rietveldenruys.nl

 

(informatie ontleend aan: Onna, van, E. En N.  in Bergeijk, Gerrit Rietveld, Mien Ruys. Veldhoven 2008)

 

Veerle Pennings

Hemp Chair, Werner Aisslinger / Moroso

Stoel hennep en gerecycled plastic, Philippe Starck / Magis

Dit jaar was soberheid troef tijdens de Salone del Mobile: geen spectaculaire installaties, geen glimmer en dure objecten alleen voor de beursstand. Goed verzorgde, intieme presentaties en producten met een groter duurzaamheidswaarde– dat is wat de klok sloeg. Droog Design ging in haar presentatie het meest ver door slechts een grafische en tekstuele presentatie van fictieve of werkelijke bedrijven te geven die van betekenis kunnen zijn voor een duurzame toekomst.

In diverse Europese presentaties waren wel producten te bewonderen, zoals minimalistisch vormgegeven stoelen, vervaardigd uit biocomposieten. De Hemp Chair van de Duitse ontwerper Werner Aisslinger voor de Italiaanse meubelfabrikant Moroso is geheel uit hennepvezels en wateroplosbaar hars opgebouwd. Sterontwerper Philippe Stark ontwierp voor Magis een stoel van hennepvezelcomposiet met een onderstel van gerecycled polypropyleen. In de fraaie Oostenrijkse presentatie in de voormalige sporthal La Pelota was een hele hoek voor duurzame meubels gereserveerd.

Salone Satelitte, Decafe lamp, Raul Lauri

Presentatie Oostenrijk in La Pelota

Ook op de Salone Satellite, de plek voor jong talent in het beursgebouw, speelden ambachtelijkheid en minimaal, innovatief materiaalgebruik de hoofdrol, vaak echter met matig esthetisch resultaat. Dat de jonge Spaanse ontwerper Raul Lauri met zijn intrigerende presentatie van de Decafe Lamp, gemaakt van biologisch afbreekbaar afvalmateriaal van de koffieproductie de Salone Satellite Award heeft gewonnen is zeer terecht.

Presentatie Roet Jetske Visser

Ook op het gebied van textiel valt er met het oog op duurzaamheid terrein te veroveren. Jetske Visser, alumnus van de Design Academy Eindhoven, toonde op de geslaagde presentatie van het Nederlandse designplatform Dutch Invertuals een intrigerende serie zijden stoffen die met roet zijn geverfd. Een Chinees procedé was haar inspiratiebron. Jetske liet niet alleen de eindproducten maar ook het gereedschap voor het verven van de stoffen zien: een olielampje met glazen stolp waarin het roet hangt, een lepel en penseel om het roet te verwijderen en op de stof op te brengen.

Ook bij professionele aanbieders als textielbedrijf Kinnasand en Bolon waren mooie duurzame stoffen te zien. .

Suzan Russeler, conservator

Dit jaar was het Textielmuseum weer alom vertegenwoordigd in Milaan. Met vier man sterk togen we naar de Salone del Mobile. Een hoogtepunt was de presentatie van het eerste exemplaar van het prachtig uitgevoerde Yearbook TextielLab 2011 aan Marjan Hammersma, directeur-generaal Cultuur en Media van het ministerie van Onderwijs. Deze vond plaats op het Nederlands consulaat in Milaan. Daar was ook een kleine expositie te zien van het werk van Kiki van Eijk, waaronder een in het TextielLab geweven wandkleed.

 

We hebben oneindig veel presentaties gezien, van academiestudenten en jonge ontwerpers tot gevestigde namen en bedrijven. Naast de Fiera (beurs) zelf, die iets buiten Milaan is gevestigd, zijn er door de hele stad honderden presentaties te zien, in het kader van het fuori (lett. buiten)-programma. Ook hier dook het Textielmuseum als makersplaats geregeld op. Zo maakte het speciaal door Maarten Baas ontworpen 5 mei tafelkleed waarin de namen van alle Amsterdammers zijn verwerkt, met een totale lengte van bijna 60 meter, furore. Nog meer bij ‘ons’ geweven tafelgoed hebben we bewonderd, zoals een tafellaken met structuren gebaseerd op de patronen van bankbiljetten van het in Rotterdam gevestigde ontwerpersduo Minale Maeda of linnengoed van Nynke Sybrandy, met fraaie bloem- en bladermotieven.

 

Bernotat & co. toonde Chair wear, in het TextielLab gebreide ‘kleding’ voor stoelen. Het is te veel om op te noemen, want ook veel academiestudenten hadden werk bij ons laten uitvoeren.

 

Caroline Boot

Kiki van Eijk, wandkleed Tafelgoed door Minale Maeda gepresenteerd bij Rossana Orlandi Chair wear door Anke Bernotat & co

 

Deze week is Christien Meindertsma weer aan het werk gegaan in het TextielLab. Onder begeleiding van productontwikkelaar weven, Stef Miero, heeft zij de eerder ontwikkelde patronen voor huishoudlinnen, aangepast. Dit linnengoed – tafellakens, servetten en droogdoeken – is momenteel te zien op haar overzichtstentoonstelling SOLO in het museum.
De aanpassingen zijn nodig, omdat zij de resterende fijne linnen garens uit haar project Gz-59 West wil gaan gebruiken op een weefmachine van een Belgisch bedrijf. Op deze machine kan een stof met een breedte van 350 cm worden weven. Niet alleen geschikt voor het tafellinnen en de droogdoeken, maar ook voor dekbedovertrekken! Wie wil straks niet liggen onder een koel linnen stofje met de afbeelding van bloeiend vlas of van de kavel in de Flevopolder waar het vlas is geoogst?

 

Caroline Boot, conservator kunst en vormgeving

In de bibliotheek is een Stalenkamer, waarin stalenboeken uit de museumcollectie onder de juiste omstandigheden worden bewaard. Vanuit de bibliotheek kunnen bezoekers een blik werpen in de Stalenkamer op de speciale presentatie die de bibliothecaris daar inricht. Op aanvraag kunnen de stalenboeken bekeken worden. Tijdens de tentoonstelling Christien Meindertsma – solo is een presentatie rondom deze ontwerper gemaakt.

Christien Meindertsma heeft stalenboeken uit de museumcollectie en de bibliotheek bestudeerd voor haar vlasproject Gz 59 – WEST. Een van de producten voortgekomen uit dit project zijn geweven banden, die op kleding gestreken kunnen worden. In de banden zie je de verschillende weefbindingen uit de stalenboeken terug.

De bibliotheek van het museum verzamelt documentatie van alle Nederlandse ontwerpers en kunstenaars die met textiel werken. De lades met documentatie zijn gevuld met krantenknipsels, tijdschriftartikelen, uitnodigingen voor tentoonstellingen en ander klein drukwerk.Christien Meindertsma haar werk en haar projecten verschenen in meerdere designboeken. In het boek Design for a living world staat een lange bijdrage over het werk dat zij maakte voor de gelijknamige tentoonstelling in het Cooper Hewitt, National Design Museum New York.

 

Uit collectie textielvormgeving (huishoudtextiel)

06627 Stalenboek ‘Diversen’, 1950

Dissel & Zonen, Linnenfabrieken E.J.F. van (Eindhoven)

12985 Stalenboek droogdoeken met tekst, 1870-1910

Hoven, H.C. van, Hofleverancier (Nuenen)

14009 Stalenboek met stalen voor huishouddoeken, 1900-1940

Louwers, Linnen- en damastweverij A. (Meerveldhoven)

14705 Stalenboekje van linnen en halflinnen doeken met ingeweven naam 1946-1965

Dijk-Manders, Van (Waalre)

14010 Stalenboek droogdoeken 1900-1940

Louwers, Linnen- en damastweverij A. (Meerveldhoven)

 

Uit de bibliotheek

[Stalenboek] Ongebleekt katoen en watertwist, Kaas en stofdoek katoen, Gebleekt en ongebleekt Zwanendons Keper, Ongebleekte Kepers, speciale lakenbreedtens, Witte katoen, Madapolam en Constitutuion, Amerikaansch linnen en mediums, Graslinnen en halflinnen, Reform of Kneipsstof. Witte kepers, (20 els stukjes). Handgeweven Zuiver Linnen. – S.l. : s.n., [1905].

[Stalenboek] Collectie AH : seizoen 1903 : schortenbont, Oxford, beddebont, beddetijk, Nassau, indigo piqué, blauw katoen en keper, blauw linnen / de Vries. – Amsterdam : De Vries, 1903.

Design for a living world / Edited by Ellen Lupton and Abbott Miller. – Arlington : Cooper-Hewitt [etc.], 2009.

Documentatie (krantenartikelen, tijdschriftartikelen, uitnodigingen)

 

Van Christien Meindertsma

Proefstaal weefbindingen

Diverse geweven banden op strijkfolie

Katherine Rosmalen over de ruimtelijke vormgeving van de tentoonstelling ’Christien Meindertsma, solo’:

 

Elk project van Christien Meindertsma heeft zijn eigen sfeer en verhaal. Er gaat een hele wereld achter schuil waarin materialen, technieken, processen, experimenten en onderzoek elkaar afwisselen als verhaallijn, hoofdrol en bijrol vervullen en uiteindelijk samenkomen. Door het ruimtelijk ontwerp van de tentoonstelling krijg je een inkijk in die wereld. De projecten, de verhalen, hebben hun eigen plek in de ruimte gekregen. Het werk is de tentoonstelling. De ingrepen in de ruimte zijn daarom minimaal, subtiel en grotendeels bepaald door de plaatsing van het werk en de manier van presenteren.

 

Inkijkjes, doorkijkjes en vergezichten:

Door Christiens samenwerking met Roel van Tour zijn er prachtige films en foto’s ontstaan, die de sfeer bepalen en Christiens kijk op de wereld fantastisch illustreren. Door ze in te zetten als ruimte die je beleeft is de hele tentoonstelling een soort filmisch landschap geworden, waardoor je je letterlijk in een andere wereld bevindt. Zo sta je bij de ‘One sheep sweaters’ letterlijk tussen de schapen in Aarle-Rixtel. Hetzelfde geldt voor de films over Vlas en Wol. Visueel versterken zij elkaar enorm. Je staat buiten op het kavel of binnen in de fabriek. De films en foto’s werken als vergezichten en doorkijkjes waardoor de ruimte in de tentoonstelling zich naar buiten verlengt. Je waant je in het bos waar de boom vandaan komt. De projecten zijn zo ten opzichte van elkaar gepresenteerd dat ze ook verwantschappen aangaan. De thema’s, fascinaties en werkwijze van Christien zijn als een rode draad in elk werk te herkennen.

De spijkers, 465 aan de ene wand en 488 aan de andere wand, hangen klaar om daaraan even zoveel gekleurde en zilverkleurige scharen op te hangen. De scharen zijn onderdeel van ‘Checked Bagage’, het boek dat Christien bijna negen jaar geleden maakte. Het is slechts een deel van de oogst van ‘verboden objecten’ die in een week op Schiphol in beslag zijn genomen.
Christien kwam met dit plaatje toen we besloten hadden dat we voor tafels met een concept van schragen en tafelbladen gingen werken. Het komt uit het boek ‘Het Hollandse pronkpoppenhuis: interieur en huishouden in de 17de en 18de eeuw’. Het strijktafeltje (niet zo belangrijk, maar wel grappig in het Textielmuseum) bevindt zich in een poppenhuis uit de collectie van het Rijksmuseum. Het is in de timmerwerkplaats van het Textielmuseum wel lichter en ranker (en uiteraard groter) geworden. Maar hier komt het idee voor onze driepotige schraag dus vandaan.
De laatste foto is misschien niet zo heel duidelijk maar zichtbaar zijn onderdelen van de tafels, waarvan de verf aan het drogen is. We hebben verschillende kleuren uitgezocht zodat elk ‘project’ een eigen passende kleur zou krijgen. De kleuren zijn speciaal in IJmuiden bij Ursapaint gemengd zodat ze hetzelfde zijn als die van het linoleum.Dit was wel een belangrijk onderdeel in het ruimtelijk ontwerp.

Van begin af aan stond vast dat we heel graag met linoleum wilden werken, als terugkerend element in de tentoonstellingsvormgeving. Als materiaal is het verwant aan vlas, omdat de lijnolie van het linoleum ook van het vlas komt. Het materiaal wat we gekozen hebben voor de tafels, vlonders en wandvitrines, maar ook voor de bijschriften, is een zacht linoleum dat gebruikt wordt als prikbord.

Het heeft een hele mooie zachte kwaliteit en een textielachtige uitstraling. Het bestaat in verschillende kleuren waaruit wij een aantal subtiele, aardse kleuren hebben uitgezocht.

Afgelopen zomer was het werk Tree Track van Christien Meindertsma al te zien op Radio Kootwijk. Nu is het onderdeel van haar eerste overzichtstentoonstelling (‘Solo’ in het Audax Textielmuseum in Tilburg).

Tree Track is eigenlijk een verhaal, zoals al haar werk dat is. Wie de ruimte binnenkomt waar Tree Track tentoongesteld is, ziet een boomvorm, van wortelgestel tot kruin, opgebouwd uit houten treinrails. Talloze treintjes in tweerichtingsverkeer, verbeelden de sapstromen van de boom. Dat is al intrigerend genoeg maar het echte verhaal komt nog.

De hele boom zoals die nu plat in het museum ligt, is gemaakt van één echte boom (een beuk) die ooit buiten groeide. In een film van Roel van Tour zien we Meindertsma in een schitterend strak polderlandschap op pad gaan met boswachter Egbert van Wijhe. Ze gaan kijken of de boom die Meindertsma op het oog had, gekapt mag worden. Wat is die interactie tussen kunstenaar en boswachter mooi in beeld gebracht!

Egbert legt uit hoe in een productiebos best veel gekapt mag (of moet) worden om bosvernieuwing te bespoedigen. Het lijkt Meindertsma plezier te doen. Ze onderzoekt in waar werkproces immers ook of we in Nederland meer locaal hout kunnen oogsten en gebruiken. (Het antwoord van Staatsbosbeheer is ‘ja’).

 

Sinds Meindertsma negen jaar geleden afstudeerde aan de Design Academy Eindhoven is zij researcher, kunstenaar en ambachtsvrouw in één. Zij beantwoorde vragen als ‘wat kun je van de wol van één schaap maken?’ of ‘in welke producten zitten onderdelen van een varken verwerkt?’. Op die laatste vraag kreeg ik een schokkend antwoord. Als vegetariër (die heel soms rookt) schrok ik ervan te leren dat hemoglobine uit varkenbloed gebruikt wordt (werd?) in sigarettenfilters om schadelijke stoffen te binden.

Mijn lievelingswerk van haar is ‘49 Prairie Plants’ (ook uit 2011 – wanneer sliep die vrouw?) gemaakt in opdracht van The Nature Conservancy. Deze Amerikaanse organisatie koopt maisvelden op om er oorspronkelijke prairielandschappen te herstellen. Meindertsma verzamelde planten op die prairies en verwerkte ze tot pulp en daar maakte ze papier van. Je krijgt dan ‘Smooth Aster papier’ en ‘Showy Goldenrod’- of ‘Round Headed Bush Clover papier’. Zou het waar zijn wat de Volkskrantrecensent schreef? Dat als je het papier begraaft, de zaadjes weer ontkiemen?

Bloei from Christien Meindertsma on Vimeo.

Eén ding viel tegen. Sinds 2009 verbouwt Meindertsma vlas waar ze geweldig mooie producten van maakt, zoals de inmiddels bekende lamp die aan een dik vlaskoord ontspruit. In een film zie je eerst het ingezaaide veld en dan de bloei. Maar die is wit hier! Dat ligt aan het ras ( ‘Chantal’) dat ze gebruikt. Maar ik stel me zo voor dat de zeventiende eeuwse vlasakkers toch echt blauw waren.

Stel je dat eens voor: blauw!

 

Door Marcel van Ool

 

Marcel van Ool (1970) studeerde kunstgeschiedenis en is sinds 1998 verbonden aan Staatsbosbeheer waar hij vanaf 2005 werkzaam is als adviseur landschap en cultuurhistorie.

Met toesteming overgenomen van zijn weblog: Buitenplaatsen

Handwerken is geen belangrijk onderdeel van onze collectie, niet van de museumcollectie en niet van de bibliotheekcollectie. De collectie textielvormgeving richt zich op het verzamelen van hoogwaardige, door professionele Nederlandse, of lange tijd in Nederland wonende, ontwerpers ontworpen en/of geproduceerde objecten. In de collectie beeldende kunst worden textielkunst en draagbare opjecten en sieraden verzameld. Handwerktechnieken worden natuurlijk wel gebruikt door ontwerpers of kunstenaars.

Daarom heeft de bibliotheek een kleine collectie handwerkboeken. Veel boeken stammen uit de jaren 1970, toen handwerken ‘in’ was. De kleuren en texturen zijn niet helemaal van nu. Ik was dan ook blij met het nieuw verschenen Handboek handwerktechnieken, een heel uitgebreid handboek over alle technieken, met veel voorbeelden.

In de Stalenkamer, een geklimatiseerde ruimte in de bibliotheek, bewaar ik een collectie handwerkboeken uit de periode 1880 – 1960. Hierboven en hiernaast zie je twee pagina’s uit deze boekjes. Bij de boekjes bevinden zich een aantal dozen met handwerkstaaltjes uit de museumcollectie, met spelden opgeprikt op museumschuim. De boeken en dozen met stalen zijn te bekijken in de bibliotheek tijdens de openingstijden.

 

Handboek handwerktechnieken / Maggi Gordon, Sally Harding, Ellie Vance ; vert. Mireille Vroege ; red. Barbara Luijken. – Haarlem : Becht, 2011. – 400 p. : ill. ; 29 cm

Handwerkvreugd : samengesteld door Nederlandsche huisvrouwen daartoe uitgenoodigd door de Everlasting-fabrieken. – ‘s-Hertogenbosch : Malmberg, [ca 1930]. -2e druk. 1e dr. : 1920.

Nieuwe gehaakte en gebreide kleeding / Otto Beyer. – [S.l.] : Beyer, [ca 1930]. – 38 p. : ill. ; 27 cm. – (Beyer’s handwerkboeken : serie H ; nr. 63)

Voor groote jongens en meisjes van 8-15 jaar van resten uitgehaalde wol / Beyer. – Amsterdam Wereldmode, [s.a.]. (Groote Hollandsche Beyer-serie ; H 416)

By Marin Sawa

The project was underlined with a vision of textiles as living surfaces which possess intelligence of life and connect the built environment with the natural world, in search for a smart and ecological textile design and practice.

At a more pragmatic level, it was an attempt to craft algae’s biological attributes such as photosynthesis and bioluminescence in response to our contemporary ‘environmental conscientiousness’. Through installations in urban conditions, the applications of Algaerium aimed at visualizing otherwise invisible natural phenomena to raise awareness in our co-existence with micro species, as well as to directly contribute to our ecosystem.

So, the very aim was to weave the life of microalgae as materials in a way that they act as the spine of design aesthetically and functionally. This led to re-contextualize them out of their natural habitats and embed as active cells in my design. I tried to re-apply their innate living properties such as respiration (photosynthesis), reproduction (photosynthetic pigments) and innate abilities found in some of the algae species such as phototaxis and bioluminescence.

As the project developed, I familiarized myself with algae cultivation and some basic biochemistry experiments which I learnt at labs with help from scientists, Dr. Tammy Kalber and Masamichi Tada, London. I then realized that what I was doing in a lab could be done simply at home in my kitchen as long as my work tools and surfaces are sterilized against any contamination by fungi and bacteria.

Vier nieuwe machines in het TextielLab ten behoeve van de productontwikkeling! (investering: 50 % geld van de provincie Noord Brabant en 50% geld opbrengsten TextielLab)

Stoll CMS 830 C knit and wear deling 2.5.2 (Duitsland)

Dit is een vlakbreimachine met een grove steek. Met deze machine is het mogelijk in twee soorten steekgrootten te werken en kunnen zeer grove garens verwerkt worden. Dit betekent dat we in deling 5 en deling 2,5 kunnen werken in de Knit & Wear techniek (driedimensionaal breien). Op deze manier kunnen complete truien gebreid worden zonder enige confectie.

AGTEKS, twijnmachine type DirecTwist -2C6 (Turkije)

Deze multifunctionele twijnmachine kan bediend worden via een touchscreen, alles wordt elektronisch aangestuurd. Deze machine kan de volgende twijntechnieken in een keer uitvoeren:

Twee tot één draad twijnen met een maximum van 8 draden, ringtwijnen, om twijnen van een kern, slubtwijnen en elastiek garen twijnen.

DF winder Technologies spoelmachine, type spoelmachine R2/R2basic (Italië)

Deze machine staat in de breiafdeling in het TextielLab, omdat deze is uitgerust met een paraffine systeem. Breigarens kunnen hiermee gecoat worden waardoor ze beter te verwerken zijn. Deze machine is op ons verzoek ingericht met één conische- en één cilindrische spoelkop. Dit is gedaan om zoveel mogelijk verschillende garensoorten te kunnen spoelen.

DF winder Technologies spoelmachine, type spoelmachine R6/48 electronic re-winder (Italië)

Deze machine staat in de afdeling weven in het TextielLab.

De machine is uitgerust met 6 conische spoelkoppen en heeft het smart matrix mtc systeem; met dit systeem kan elke spoelkop afzonderlijk aangestuurd worden wat betreft snelheid, diameter en het aantal meters per cone. Dit is belangrijk voor deze afdeling omdat we met enorm veel verschillende garens werken en we de diameter van een cone precies willen regelen. In verband met verven van garens is dit ook noodzakelijk.