Katherine Rosmalen over de ruimtelijke vormgeving van de tentoonstelling ’Christien Meindertsma, solo’:

 

Elk project van Christien Meindertsma heeft zijn eigen sfeer en verhaal. Er gaat een hele wereld achter schuil waarin materialen, technieken, processen, experimenten en onderzoek elkaar afwisselen als verhaallijn, hoofdrol en bijrol vervullen en uiteindelijk samenkomen. Door het ruimtelijk ontwerp van de tentoonstelling krijg je een inkijk in die wereld. De projecten, de verhalen, hebben hun eigen plek in de ruimte gekregen. Het werk is de tentoonstelling. De ingrepen in de ruimte zijn daarom minimaal, subtiel en grotendeels bepaald door de plaatsing van het werk en de manier van presenteren.

 

Inkijkjes, doorkijkjes en vergezichten:

Door Christiens samenwerking met Roel van Tour zijn er prachtige films en foto’s ontstaan, die de sfeer bepalen en Christiens kijk op de wereld fantastisch illustreren. Door ze in te zetten als ruimte die je beleeft is de hele tentoonstelling een soort filmisch landschap geworden, waardoor je je letterlijk in een andere wereld bevindt. Zo sta je bij de ‘One sheep sweaters’ letterlijk tussen de schapen in Aarle-Rixtel. Hetzelfde geldt voor de films over Vlas en Wol. Visueel versterken zij elkaar enorm. Je staat buiten op het kavel of binnen in de fabriek. De films en foto’s werken als vergezichten en doorkijkjes waardoor de ruimte in de tentoonstelling zich naar buiten verlengt. Je waant je in het bos waar de boom vandaan komt. De projecten zijn zo ten opzichte van elkaar gepresenteerd dat ze ook verwantschappen aangaan. De thema’s, fascinaties en werkwijze van Christien zijn als een rode draad in elk werk te herkennen.

De spijkers, 465 aan de ene wand en 488 aan de andere wand, hangen klaar om daaraan even zoveel gekleurde en zilverkleurige scharen op te hangen. De scharen zijn onderdeel van ‘Checked Bagage’, het boek dat Christien bijna negen jaar geleden maakte. Het is slechts een deel van de oogst van ‘verboden objecten’ die in een week op Schiphol in beslag zijn genomen.
Christien kwam met dit plaatje toen we besloten hadden dat we voor tafels met een concept van schragen en tafelbladen gingen werken. Het komt uit het boek ‘Het Hollandse pronkpoppenhuis: interieur en huishouden in de 17de en 18de eeuw’. Het strijktafeltje (niet zo belangrijk, maar wel grappig in het Textielmuseum) bevindt zich in een poppenhuis uit de collectie van het Rijksmuseum. Het is in de timmerwerkplaats van het Textielmuseum wel lichter en ranker (en uiteraard groter) geworden. Maar hier komt het idee voor onze driepotige schraag dus vandaan.
De laatste foto is misschien niet zo heel duidelijk maar zichtbaar zijn onderdelen van de tafels, waarvan de verf aan het drogen is. We hebben verschillende kleuren uitgezocht zodat elk ‘project’ een eigen passende kleur zou krijgen. De kleuren zijn speciaal in IJmuiden bij Ursapaint gemengd zodat ze hetzelfde zijn als die van het linoleum.Dit was wel een belangrijk onderdeel in het ruimtelijk ontwerp.

Van begin af aan stond vast dat we heel graag met linoleum wilden werken, als terugkerend element in de tentoonstellingsvormgeving. Als materiaal is het verwant aan vlas, omdat de lijnolie van het linoleum ook van het vlas komt. Het materiaal wat we gekozen hebben voor de tafels, vlonders en wandvitrines, maar ook voor de bijschriften, is een zacht linoleum dat gebruikt wordt als prikbord.

Het heeft een hele mooie zachte kwaliteit en een textielachtige uitstraling. Het bestaat in verschillende kleuren waaruit wij een aantal subtiele, aardse kleuren hebben uitgezocht.

Afgelopen zomer was het werk Tree Track van Christien Meindertsma al te zien op Radio Kootwijk. Nu is het onderdeel van haar eerste overzichtstentoonstelling (‘Solo’ in het Audax Textielmuseum in Tilburg).

Tree Track is eigenlijk een verhaal, zoals al haar werk dat is. Wie de ruimte binnenkomt waar Tree Track tentoongesteld is, ziet een boomvorm, van wortelgestel tot kruin, opgebouwd uit houten treinrails. Talloze treintjes in tweerichtingsverkeer, verbeelden de sapstromen van de boom. Dat is al intrigerend genoeg maar het echte verhaal komt nog.

De hele boom zoals die nu plat in het museum ligt, is gemaakt van één echte boom (een beuk) die ooit buiten groeide. In een film van Roel van Tour zien we Meindertsma in een schitterend strak polderlandschap op pad gaan met boswachter Egbert van Wijhe. Ze gaan kijken of de boom die Meindertsma op het oog had, gekapt mag worden. Wat is die interactie tussen kunstenaar en boswachter mooi in beeld gebracht!

Egbert legt uit hoe in een productiebos best veel gekapt mag (of moet) worden om bosvernieuwing te bespoedigen. Het lijkt Meindertsma plezier te doen. Ze onderzoekt in waar werkproces immers ook of we in Nederland meer locaal hout kunnen oogsten en gebruiken. (Het antwoord van Staatsbosbeheer is ‘ja’).

 

Sinds Meindertsma negen jaar geleden afstudeerde aan de Design Academy Eindhoven is zij researcher, kunstenaar en ambachtsvrouw in één. Zij beantwoorde vragen als ‘wat kun je van de wol van één schaap maken?’ of ‘in welke producten zitten onderdelen van een varken verwerkt?’. Op die laatste vraag kreeg ik een schokkend antwoord. Als vegetariër (die heel soms rookt) schrok ik ervan te leren dat hemoglobine uit varkenbloed gebruikt wordt (werd?) in sigarettenfilters om schadelijke stoffen te binden.

Mijn lievelingswerk van haar is ‘49 Prairie Plants’ (ook uit 2011 – wanneer sliep die vrouw?) gemaakt in opdracht van The Nature Conservancy. Deze Amerikaanse organisatie koopt maisvelden op om er oorspronkelijke prairielandschappen te herstellen. Meindertsma verzamelde planten op die prairies en verwerkte ze tot pulp en daar maakte ze papier van. Je krijgt dan ‘Smooth Aster papier’ en ‘Showy Goldenrod’- of ‘Round Headed Bush Clover papier’. Zou het waar zijn wat de Volkskrantrecensent schreef? Dat als je het papier begraaft, de zaadjes weer ontkiemen?

Bloei from Christien Meindertsma on Vimeo.

Eén ding viel tegen. Sinds 2009 verbouwt Meindertsma vlas waar ze geweldig mooie producten van maakt, zoals de inmiddels bekende lamp die aan een dik vlaskoord ontspruit. In een film zie je eerst het ingezaaide veld en dan de bloei. Maar die is wit hier! Dat ligt aan het ras ( ‘Chantal’) dat ze gebruikt. Maar ik stel me zo voor dat de zeventiende eeuwse vlasakkers toch echt blauw waren.

Stel je dat eens voor: blauw!

 

Door Marcel van Ool

 

Marcel van Ool (1970) studeerde kunstgeschiedenis en is sinds 1998 verbonden aan Staatsbosbeheer waar hij vanaf 2005 werkzaam is als adviseur landschap en cultuurhistorie.

Met toesteming overgenomen van zijn weblog: Buitenplaatsen