In 1946, direct na de Tweede Wereldoorlog, werd de stichting Goed Wonen opgericht. Deze bestond uit zowel ontwerpers, fabrikanten en winkeliers als consumenten. De stichting hield zich bezig met het promoten van het ‘verantwoorde’ interieur. In haar ogen was dit een ‘open’ interieur: niet volgepropt met zware eikenhouten meubels die met pluche waren bekleed, zoals in het doorsnee-interieur van die tijd. Betaalbare en praktische meubels in een gemakkelijk schoon te houden ruimte waren de norm voor een goede leefstijl. Een ander belangrijk criterium was dat de verschillende leeffuncties in een woonruimte gescheiden van elkaar moesten zijn. De promotie vond in verschillende gedaantes plaats. Niet alleen met lezingen, folders en brochures, maar ook met modelwoningen waarin de goede smaak werd voorgelegd.
Weverij De Ploeg was lid van Goed Wonen, en droeg zo op haar eigen manier bij aan de initiatieven van de stichting. Voor modelwoningen en de Amsterdamse toonzaal van Goed Wonen verzorgde De Ploeg het textiel. De stichting bracht onder dezelfde naam ook een tijdschrift uit. Regelmatig werden in dit tijdschrift advertenties van De Ploeg geplaatst. Ook de ‘woonkoffertjes’ die de stichting voor lezingen en cursussen gebruikte, werden gevuld met stofstalen van het bedrijf. Hiernaast vervaardigde De Ploeg een aantal stoffen exclusief voor Goed Wonen. Deze en andere stoffen kregen jaarlijks een beoordeling van de stichting.
De idealen van toen zijn inmiddels vervangen door begrippen als duurzaamheid en individualiteit. Toch heeft Goed Wonen belangrijke ontwikkelingen teweeg gebracht die vandaag de dag nog voelbaar zijn . De destijds vooropstaande criteria ‘licht, lucht en ruimte’ zijn nog steeds drie van de voornaamste maatstaven van het wonen van nu.






