Door: Veerle Pennings

 

In 1946, direct na de Tweede Wereldoorlog, werd de stichting Goed Wonen opgericht. Deze bestond uit zowel ontwerpers, fabrikanten en winkeliers als consumenten. De stichting hield zich bezig met het promoten van het ‘verantwoorde’ interieur. In haar ogen was dit een ‘open’ interieur: niet volgepropt met zware eikenhouten meubels die met pluche waren bekleed, zoals in het doorsnee-interieur van die tijd. Betaalbare en praktische meubels in een gemakkelijk schoon te houden ruimte waren de norm voor een goede leefstijl. Een ander belangrijk criterium was dat de verschillende leeffuncties in een woonruimte gescheiden van elkaar moesten zijn. De promotie vond in verschillende gedaantes plaats. Niet alleen met lezingen, folders en brochures, maar ook met modelwoningen waarin de goede smaak werd voorgelegd.

 

Weverij De Ploeg was lid van Goed Wonen, en droeg zo op haar eigen manier bij aan de initiatieven van de stichting. Voor modelwoningen en de Amsterdamse toonzaal van Goed Wonen verzorgde De Ploeg het textiel. De stichting bracht onder dezelfde naam ook een tijdschrift uit. Regelmatig werden in dit tijdschrift advertenties van De Ploeg geplaatst. Ook de ‘woonkoffertjes’ die de stichting voor lezingen en cursussen gebruikte, werden gevuld met stofstalen van het bedrijf. Hiernaast vervaardigde De Ploeg een aantal stoffen exclusief voor Goed Wonen. Deze en andere stoffen kregen jaarlijks een beoordeling van de stichting.

De idealen van toen zijn inmiddels vervangen door begrippen als duurzaamheid en individualiteit. Toch heeft Goed Wonen belangrijke ontwikkelingen teweeg gebracht die vandaag de dag nog voelbaar zijn . De destijds vooropstaande criteria ‘licht, lucht en ruimte’ zijn nog steeds drie van de voornaamste maatstaven van het wonen van nu.

Door: Veerle Pennings

Momenteel worden voorbereidingen getroffen voor de tentoonstelling ‘De Ploeg. Sterke stoffen 1923 – 2012’. Deze tentoonstelling bevat onder andere zo’n tachtig meubel- en gordijnstoffen op kokers. Aan de wanden worden stangen geplaatst met daarop de kokers met de stoffen. Om deze stoffen klaar te maken voor plaatsing in de tentoonstelling moeten deze eerst uit hun originele opstelling in het depot gehaald worden, waarna ze over worden gerold op nieuwe kokers. Bij het uitrollen van de stoffen worden deze direct gecontroleerd op hun staat. Wanneer er vlekken op de stoffen zitten worden deze naar de wasserij in het museum gestuurd. In sommige gevallen zijn de stoffen beschadigd en wordt naar een alternatief gezocht.

 

Uit honderden stalenbundels moet een selectie worden gemaakt, waarin duidelijk een historische lijn zit. In de tentoonstelling worden niet alleen stalenbundels met meubel- en gordijnstoffen getoond, maar ook stalenbundels met kledingstoffen, een specialisatie waar De Ploeg zich pas in een latere periode mee bezig ging houden.

 

De vele stoffen op kokers en stalenbundels in rekken geven een impressie van de opstelling in een depot. Soortgelijke rekken worden ook in het depot van het museum gebruikt. Deze rekken zijn schuifbaar, zodat zij meer opslagruimte creëeren. De kokers die zowel in de tentoonstelling als in het depot worden gebruikt, zijn gemaakt van zuurvrij karton. Dit zorgt ervoor dat de stoffen niet worden aangetast. De kokers zijn bedekt met gebreide tubes, gemaakt door de rondbreimachine in het museum. Deze tubes geven extra bescherming en zorgen ervoor dat de stoffen niet van de kokers af rollen. Tenslotte worden de stoffen bedekt met zuurvrij papier.