Staal gordijnstof 'Plano', katoen, geweven, bedrukt, 1952-1960, ontwerp Elmar Berkovich, Weverij De Ploeg, Bergeijk. Collectie Textielmuseum. Stalenboek geweven stoffen, 1950-1960, Weverij De Ploeg, Bergeijk. Collectie Textielmuseum

 

Door: Veerle Pennings

Hoofd presentatie & collectie Hanneke Oosterhof en gastconservator Marjan Blomjous hebben onderzoek gedaan naar de geschiedenis van De Ploeg en de schenking van Artex aan het museum. Niet alleen is er de tentoonstelling ‘De Ploeg. Sterke stoffen 1923 – 2012’, ook is de publicatie ‘Ontwerpers aan het woord’ uitgebracht, waarin ervaringen van voormalige ontwerpers bij De Ploeg de rode draad vormen.

 

Hoe was jullie taakverdeling binnen dit project?

M: Ik heb me echt op het textiele gedeelte van de expositie gericht. Omdat ik de hele collectie eerst beschreven heb, kon ik de context van de stoffen goed overzien. Dat gaf mogelijkheden om het verhaal van De Ploeg goed aan te kleden. De interviews voor het boek hebben we verdeeld, de verhalen vullen elkaar aan en ‘raken’ elkaar op veel punten.

H: De selectie die Marjan heeft gemaakt van alle textielproducten en ontwerptekeningen hebben we met elkaar doorgesproken. Ik heb alle documenten en foto’s doorgenomen voor het verhaal over de geschiedenis van De Ploeg en de documentatie van het bedrijf, en we zijn zo tot het concept van de tentoonstelling gekomen.

Wat was het meest uitdagende aspect van het werken aan ‘De Ploeg. Sterke stoffen 1923 – 2012’?

H: Uit de veelheid van collectiestukken die we hebben moesten we een representatieve en voor publiek toegankelijke presentatie maken. Dit was erg uitdagend. We hebben dan ook langer over het concept nagedacht dan bij andere tentoonstellingen. De veelheid van de museumcollectie brengt met zich mee dat je er lang mee bezig bent om tot een concept te komen. Uitgangspunt was dat wij wilden laten zien dat De Ploeg als merk niet dood is. Daarom eindigt de presentatie met het Ploeglabel nu. Hier hebben we bewust voor gekozen.

M: Zo’n project is een complex procedé, met mensen die vanuit verschillende locaties aan hetzelfde product werken; museummedewerkers, vormgevers, conservatoren. Langzaam maar zeker vallen de puzzelstukken in elkaar, maar daar gaat veel contact en fine-tuning aan vooraf waarbij de verschillende partijen zich in elkaars problematiek moeten verdiepen.

 

Wat is jullie ervaring met De Ploeg? Heeft dit onderzoek jullie beeld over De Ploeg veranderd?

H: Ik ben al in mijn jeugd geconfronteerd met Ploegstoffen in het ouderlijk huis. Wij hadden altijd Ploeggordijnen en we hadden matjes in de rotan stoelen die van Ploegstoffen gemaakt waren, en mijn moeder heeft meerdere bloesjes voor mij gemaakt van gordijnstoffen van De Ploeg. Het rare was dat ik toen, in de jaren 60, helemaal niet wist dat er ook kledingstoffen van De Ploeg op de markt werden gebracht. Dat is mij ontgaan als tiener. Hiernaast heb ik me toen niet voldoende gerealiseerd dat er zo veel verschillende ontwerpers voor het bedrijf hebben gewerkt.

Wat mij is opgevallen door de interviews is dat in het algemeen gesproken de ontwerpers bij De Ploeg zeggen dat het idealisme van het eerste uur nog wel wat nasluimerde maar dat er niet meer zoveel van dat idealisme te merken was nadat Piet Blijenburg was vertrokken, terwijl ik vroeger altijd dacht dat het bedrijf heel lang idealistisch was gebleven.

M: Mijn ouders hebben al 40 jaar gordijnen van De Ploeg hangen, dat zegt iets over de kwaliteit van het materiaal. Pas toen ik vergelijkbare producten onder ogen kreeg uit dezelfde periode van een ander bedrijf, realiseerde ik me wat een ongelofelijke kwaliteit in drukstoffen De Ploeg heeft geleverd. De Ploeg staat terecht bekend om zijn weefsels, maar de bedrukte stoffen, zowel voor gordijnen als kleding zijn naar mijn idee altijd onderbelicht geweest. Ploegstoffen worden altijd in eerste instantie geassocieerd met ruitjes, de Colora’s en Dobby, allemaal geweven stoffen. Ook de ‘Ploegruitjes’ zijn echt een begrip. De associatie van met bedrukte stoffen komt naar mijn idee altijd in tweede instantie.

 

Hebben jullie een favoriet stuk uit de tentoonstelling?

H: Ik vind de bedrukte stof van Elmar Berkovich, ‘Plano’, heel erg mooi. De kleuren doen denken aan de kleuren van De Stijl, maar de tekening is wat losser en minder streng, dat vind ik er mooi aan. Ik zou die zo nog wel als gordijnen thuis willen hebben, het blijft mooi.

M: Het oude stalenboek met al die verschillende smalle stukken ‘Colora’ is prachtig. De kleuren zijn helder en warm en de geweven strepen staan echt voor De Ploeg. Het totaalbeeld op die bladzijden is overweldigend, je kunt niet aanwijzen welke staal het mooist is.

Frank Bruggeman en Eric Roelen

Door: Veerle Pennings

Vormgevers Frank Bruggeman en Eric Roelen hebben zich bezig gehouden met de vormgeving voor de tentoonstelling ‘De Ploeg. Sterke stoffen 1923-2012’.


In vergelijking met jullie eerdere werk valt de tentoonstelling ‘De Ploeg. Sterke stoffen 1923-2012′ in een ander straatje. Wat deed jullie beslissen om deze opdracht aan te nemen en wat trok jullie hierin aan?

Het ontwerpen van een tentoonstelling is niet nieuw voor ons maar het onderwerp van deze tentoonstelling is dat wel. We hebben dit project op dezelfde manier benaderd als we altijd doen: eerst oriënteren en de noodzakelijke kennis opdoen voordat we met een eerste schetsontwerp komen. Na een bezoek aan het museumdepot en een eerste kennismaking met de omvangrijke collectie aan stalen begonnen we enthousiast te raken. Het is zulk mooi materiaal: kleurrijk, fantasievol, afwisselend. Je ziet stoffen uit verschillende decennia voorbijkomen van een groot aantal ontwerpers. Tegelijkertijd beseften we ook dat het niet gemakkelijk zou zijn om grip te krijgen op al die Ploegstoffen. Hoofd Presentatie & Collectie Hanneke Oosterhof maakte ons namelijk duidelijk dat ze het liefst het hele depot met Ploegstoffen binnenstebuiten zou willen keren om ook de museumbezoeker die rijkdom en veelvormigheid te laten ervaren.

 

Bij de organisatie van een tentoonstelling komt heel wat kijken. Hoe hebben jullie het ontwikkelingsproces van de tentoonstelling ervaren en waar zijn jullie tegen aan gelopen?

Een belangrijk moment in het proces was de keuze om het materiaal voor de tentoonstelling op te splitsen in drie hoofdgroepen: de stoffen zelf (1), materialen die betrekking hebben op de historie van De Ploeg en het ontwerpproces (2) en pr- en marketingmaterialen (3). Daarna heeft vooral het groeperen van de stalen heel veel tijd gekost. Er zit soms veel gepuzzel achter iets wat zich aan de bezoeker voordoet als hoogst vanzelfsprekend.

 

Waren er richtlijnen in de vormgeving waar jullie je aan moesten houden of waren jullie hierin volledig vrij?

De enige richtlijn was feitelijk: zoveel mogelijk objecten uit het depot laten zien. Dat bracht ons tot een ontwerp dat tot op zekere hoogte een depotachtig voorkomen heeft. De rekken die we als dragermateriaal hebben gebruikt kun je ook in veel museumdepots tegenkomen. Tegelijkertijd hebben we wel naar een ruimtelijkheid gezocht die je in depots niet tegenkomt. De tentoonstelling moet wel ademen. En waar dat nodig was hebben we welbewust niet-utilitaire elementen ingebouwd zoals de ‘kastpoort’ in zaal 4.

 

Jullie zijn maandenlang bezig geweest met het ontwerpen van de tentoonstelling. Welk beeld overheerst, nu jullie je helemaal in De Ploeg hebben ondergedompeld?

Het beeld dat zich steeds sterker aan ons heeft opgedrongen is dat van een fabriek die met zijn ontwerpen boven op de tijdgeest zat. Geen middelmaat troef met zo nu en dan eens een uitschieter naar boven of beneden maar precies het tegenovergestelde. Die brede appreciatie in vormgevingskringen voor De Ploeg komt ons voor als volkomen terecht. De vrijheid die ontwerpers werd gegund om te experimenteren werd ten volle benut en dat leverde heel uitgesproken ontwerpen op. Dat sommige van die stoffen nu weer door Artex met kleine modificaties op de markt worden gebracht geeft alleen maar aan hoe goed doordacht die stoffen waren – en zijn.

 

Hoe was de samenwerking met het Audax Textielmuseum Tilburg? Zullen hier in de toekomst nog meer projecten uit voortvloeien?

Wij vonden het een zeer geslaagde samenwerking. Het is fijn om met professionals te werken die eenzelfde mate van perfectie nastreven als wijzelf. En de communicatielijntjes waren kort, ook erg prettig. Dus ja hoor, van onze kant uit geen beletsel om misschien nog eens een keer iets samen te doen.