Slijm performance Bart Hess, Rijksmuseum Twente, zondag 17 maart 2013

Slijm performance Bart Hess, Rijksmuseum Twente, zondag 17 maart 2013

Bont samples uit de collectie 'A hunt for high-tech' door Bart Hess, 2007 - 2008

Door: Caroline Boot, conservator

 

Wie kent niet de slijmjurk van Lady Gaga? Minder bekend is dat de Nederlandse ontwerper Bart Hess hierachter schuil gaat. Afgelopen zondag opende zijn eerste solo-expositie – Hunt for high tech – in Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Ik was erbij en vond zijn films en vreemde, huidachtige ‘stoffen’ fascinerend. Het Textielmuseum heeft overigens vrij snel na zijn afstuderen aan de Design Academy Eindhoven (2007) werk van hem aangekocht, een met duizenden spelden bezette bontvacht Metal Fur en de film die eveneens Hunt for high tech heet.

 

Bart Hess kreeg zondag ook de Profielprijs 2013 uitgereikt. De voordracht berustte op zijn werk als materiaalonderzoeker en ontwerper van textiel en texturen die aan het lichaam zijn gerelateerd. Soms lijken de materialen als het ware een tweede, haast futuristische huid. Niet verwonderlijk dus dat inmiddels een modeontwerper als Iris van Herpen en een wereldberoemde modefotograaf als Nick Knight hem hebben weten te vinden!

 

Intrigerend en indrukwekkend was de slijm performance: een man in zwart pak, geheel bedekt met inktzwart slijm. Hij ademde door een buis wat een opbolling van het slijm veroorzaakte. Langzaam droop het zwarte goedje naar beneden, op de grond plasjes vormend…

 

 

Dit jaar zijn er drie mooie publicatie verschenen over / van Nederlandse kunstenaars die regelmatig met textiel werken. Uiteraard heeft de bibliotheek deze publicaties aangeschaft.

 

Fransje Killaars is internationaal bekend vanwege haar uit felle kleuren opgebouwde installaties van textiel. Haar handgeweven tapijten, dekens en gekleurde stoffen vormen, zoals zij het zelf noemt, het ‘alfabet’ waarmee zij haar installaties samenstelt. Killaars is gefascineerd door de kracht van kleur, de relatie tussen mens en textiel en de verbondenheid van textiel met het dagelijks leven.

 

In opdracht van het Textielmuseum heeft zij de installatie Hemelbed gemaakt.

 

De Nederlandse kunstenaar Tom Claassen (1964) heeft vooral bekendheid verworven met zijn werken in de openbare ruimte. Bijna iedereen kent de samengetroepte familie olifanten langs de snelweg A6 bij Almere, de drie bronzen konijnen bij de Kunsthal Rotterdam, of is ooit de twee enorme zittende mannen tegen het lijf gelopen op de luchthaven Schiphol. Naast de belangrijkste projecten in de openbare ruimte, zijn ook de vrije werken van Claassen opgenomen in dit unieke overzicht van zijn veelzijdig oeuvre. Claassen werkt graag met vergankelijke materialen als rubber, gips of textiel.

 

Nederlandse tekenaar en installatiekunstenaar Karin van Dam (Eindhoven, 1959) is bekend geworden met haar overweldigende ruimtevullende installaties die zij in musea in binnen en buitenland realiseerde. Op het eerste gezicht lijken deze op een chaotisch universum. Je leert ze kennen zoals een onbekende stad die je je eigen moet maken door er in rond te dwalen en op je in te laten werken. Deze publicatie biedt een eerste overzicht van haar werk en verschijnt gelijktijdig met een tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag.

 

Een deel van het werk in de tentoonstelling in het Gemeentemuseum is gebreid in het TextielLab.

 

(foto’s en teksten deels van website uitgever)

CARTOGRAPHY OF THE HUMAN BODY
2010/2011
Sonja Bäumel in collaboration with Erich Schopf

 

This project deals with the skin bacteria on a human body and the bacteria absorbed on November 11,2010 in a specific area of Vienna. Sonja Bäumel and Erich Schopf develop and speak a language between art and science and thereby create a chemically living full-body image.

The conceptual journey including many experiments on Sonja Bäumel’s body. The natural layer of bacteria on the protagonist’s skin was removed and then with an especially developed technique replaced by an artificial layer of bacteria. To produce such a piece of art on a scale of 1:1 requires scientific and technological input of an extremely high level and can be considered an innovative, courageous challenge. The different morphologies, colours and quantities of bacteria on different body areas were examined, analysed, counted and documented. The bacteria were bred, partially reanimated and kept alive at -70 °C. In the framework of an interaction study, experiments were made to study the bacteria’s hierarchies. Weak bacteria were applied first to guarantee their unhindered growth and to achieve the desired colours on the bacteria image. After applying the invisible bacterial colour on the body, a body print was made on a textile material which had been provided with nutrients. As soon as the bacteria visibly grew, their growth was stopped and the actual state was documented with a body print.

Every visible point on the bacteria image has special significance and represents a thought process or experiment. Sonja Bäumel and Erich Schopf create an art image of a real invisible moment.

Borre Akkersdijk experimenteerde, op uitnodiging van het museum, de laatste weken op de grote rondbreimachine in het TextielLab met het maken van dik opgevulde breisels. Speciaal voor zijn project werden zogenoemde bandfournisseurs aan de machine bevestigd. Hiermee is het mogelijk breisels te maken die met vuldraden worden opgevuld. Het ontwerp dat hij wilde maken is via tekeningen en photoshopbestanden aangeleverd. Om de dikte van de stof tot stand te krijgen opperde hij zelf wat ideeën. Er bleek al snel een wederzijds begrip te zijn voor hoe en wat er gebeuren moest.

 

Wat de materialen betreft was er zeker nog wat onderzoek nodig. Na de materiaaltesten werden er proeven gedaan om het volume, dat de ontwerper voor ogen had, te krijgen. De materialen die gebruikt worden zorgen voor het resultaat. Als de stof uit de machine komt ziet deze er vlak uit maar na het stomen krimpt de stof en ontstaat het volume. Het breisel bestaat uit katoen en nylon. De nylon speelt een belangrijke rol bij het stomen want hij zorgt voor de gevraagde krimp. De katoen blijft zijn waarde behouden en komt dus naar boven.

Wat als laatste nog erg belangrijk is, is dat de kleurmengingen de stof nog levendiger en spannender maken. De mengingen zijn echter uit nood geboren. De kleuren die standaard aanwezig zijn bleken niet genoeg en ook wel saai. Door de mengingen ontstonden kleuren waar we vrolijk van worden. We hebben de samenwerking met deze ontwerper ervaren als leerzaam en interessant. Valt zeker wel te vermelden dat het belangrijkste van alles is dat je “dezelfde taal spreekt”.

Bertjan Pot schrijft het volgende op zijn website:


‘During my study at the Design Academy Eindhoven I really enjoyed being taught how to weave and knit and I still think this is reflected in my work. I think that one of the reasons why textile is so interesting to me is that it is interesting on all levels. If you look at it with a magnifying glass, or just up close, or from a distance, as a piece or garment that someone is wearing or as a curtain with a nice texture on it seen from the other side of the room.’


Onze conservator Caroline Boot heeft Bert Jan Pot gevraagd om tafelgoed te ontwerpen en dit uit te laten voeren in het TextielLab. Letters worden bij het weven meestal als plaatjes gezien. Omdat ieder draadje programmeerbaar is, was het voor Bertjan Pot een intrigerend gegeven om letters juist vanuit weefbindingen (de wijze waarop van inslag- en kettingdraden elkaar kruisen) te construeren. Vanuit deze gedachte ontwierp hij een font (een lettertype). Na veel proeven is het gelukt de (kleine) letters duidelijk te weven. Ook na het wassen van het tafelgoed blijft de tekst te lezen. Hij gebruikte zijn font voor een tafellaken dat geheel met tekst is gevuld. Het moest een ‘onzinnige’ tekst zijn en omdat hij toch zijn teksten van het internet plukte kwam hij op Wikipedia terecht. In het tafelgoed zijn ca. 10 tot 15 wiki’s verwerkt, zoals de wiki van wikipedia, de wiki van Michael Jackson en van Haiku. De boodschap van dit product is de totstandkoming van de letter, niet de inhoud van de tekst.


In ons confectie-atelier worden de producten netjes afgewerkt. Het tafelgoed (een tafellaken met 6 servetten) zal straks te koop zijn in de TextielShop (prijs euro 199.50).


Deze week is Guus Kusters bij productontwikkelaar Frans Verbunt geweest om een eerdere tuftproef voor een karpet, die niet zo geslaagd was, een nieuwe bewerking te geven. Ze hebben de proef nu bewerkt met pigment wat hij meestal gebruikt om conen mee in te verven. Het tuftsel is allereerst met hulpmiddelen, aan de achterzijde, voorbehandeld: met de plantenspuit om vervolgens het met heet water aangelengde pigment er ook met de plantenspuit op aan te brengen. Deze proef hoeft niet gefixeerd te worden, wat bij een eerdere printproef voor nogal wat problemen zorgde. Na het latexen hoeft het geheel alleen nog gespoeld te worden om eventuele overtollige verf weg te spoelen. Deze werkwijze past in de oorspronkelijke opdracht aan Guus Kusters en Maarten Kolk, om vanuit het oogpunt van duurzaamheid een product te ontwikkelen. Voor deze proef is namelijk minder dan 1/3 van de hoeveelheid pigment gebruikt, die normaal gesproken nodig is om de desbetreffende garens op een cone te verven.

De proefstaal ziet er goed uit en zal worden getoond op de tentoonstelling ‘The making of…’.

Jan Taminiau werkt vaak in het TextielLab. Voor de opening van de Fashion Week heeft hij een aantal outfits gemaakt in het Textiellab. Het idee was om een aantal jurken te weven bestaande uit vier of meerdere lagen. We hebben samen lang achter de computer gezeten. Er is één ontwerp gebruikt en door de contouren van de jurken uit te tekenen op verschillende plaatsen in het ontwerp hebben de jurken dezelfde sfeer gekregen. De stiklijnen, die normaal worden gebruikt om onderdelen aan elkaar te naaien, maar hier alleen dienen om te markeren waar de stof los zit en waar de lagen weer vast zitten, werden aangegeven in verschillende kleuren. Door elke kleur een verschillende functie te geven konden we jurken maken die niet meer geconfectioneerd hoefden te worden. Je kon ze zo aantrekken als ze van de weefmachine afkwamen. Bijvoorbeeld kleur geel betekent laag één en twee met elkaar verbinden, terwijl groen duidt op het verbinden van alle lagen met elkaar.


Er is veel geëxperimenteerd met materialen. Door uiteenlopende garens te gebruiken zijn er verschillende effecten en structuren verkregen. Zo is er gebruik gemaakt van reflecterende garens, glow in de dark garen en van nog veel meer soorten garens. We hebben ook garens getwijnd om de stoffen wat meer body te geven, want sommige delen in een jurk moesten wat stugger zijn en andere delen moesten juist heel mooi vallen Door delen van het dubbelweefsel gedeeltelijk weg te knippen en op een bepaalde manier te vouwen kun je bepaalde effecten krijgen. Er zijn door Jan ook lagen weggeknipt waardoor je transparante delen krijgt in de jurk.

In de afgelopen tijd heeft de regelmatige museumbezoeker de wording van een aantal interessante projecten in het TextielLab kunnen gade slaan. Ontwerpers als Maarten Baas, Bertjan Pot, Jan Taminiau, maar ook jong talent als Bart Hess en Digna Kosse stonden aan de weef- borduur- of breimachines, keurden garens en beoordeelden proeven. Veel van deze projecten werden op uitnodiging van het museum gerealiseerd en opgenomen in de museumcollectie.

De tentoonstelling ‘The making of …’ die van start zal gaan op 11 juni 2011, zet dit maakproces in de schijnwerpers. Speciale aandacht wordt besteed aan de verschillende benaderingswijzen van de ontwerpers/kunstenaars. Hoe gaan zij, ieder op hun eigen manier het ontwerpproces in: schetsend op papier, modellen makend in het atelier, werkend aan de computer of fotograferend in real life? De inspiratiebronnen, schetsen, computerprints, modellen maar ook de talloze kleur- en materiaalproeven laten zien hoe de weg verloopt die ontwerpers afleggen voordat hun werk is gerealiseerd.

Voor de ruimtelijke vormgeving van de expositie is Studio Maarten Kolk & Guus Kusters uit Eindhoven benaderd. De ontwerpers presenteerden laatst hun eerste ‘vlekkenplan’. In de grote zaal zullen de stoffen, tapijten, autonome werken en de mode worden getoond terwijl als een soort ‘terugspoelen in de tijd’ in de omringende zalen de proeven en het voortraject te zien is. Ze gaan het plan nu verder uitwerken.